in blended learning, khan academy

Software kiezen

Het kiezen van de meest geschikte software

De online cursus van de Khan Academy geeft de volgende informatie over het kiezen van geschikte software voor het realiseren van blended learning.

Het kiezen van software en hardware is de laatste stap in het proces van onderwijsontwikkeling. Eerst denk je na over wat je wilt dat leerlingen leren en hoe ze deze doelstellingen kunnen bereiken.

Vier soorten software kunnen worden onderscheiden:

  1. Whole course software. Dit is software dat een volledige cursus of vakgebied vervangt. Het is gemakkelijk voor de leraar die hoeft zelf het onderwijs niet te ontwerpen máár biedt weinig mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren.
  2. Supplemental software. Dit is software dat ondersteunend is bij een cursus of vakgebied. De leraar kan de software gericht inzetten voor een hele klas, individuele of groepjes leerlingen.
  3. Teacher tools. Dit is software dat het werk van de leraren gemakkelijker maakt. Te denken valt aan administratie, leerlingvolgsystemen maar ook communicatieplatforms zoals Edmodo, elektronische leeromgevingen (elo) en learning management systemen (lms). Andere voorbeelden van teacher tools zijn socrative en classdojo. Vakoverstijgende applicaties die leraren kunnen inzetten om bijvoorbeeld een wedstrijdelement in te bouwen in een les, leerlingen feedback te geven op gedrag etc. etc. Er zijn heel veel verschillende ‘teacher tools’ in omloop.
  4. Learning apps. Er zijn ook veel verschillende applicaties waarmee losse vaardigheden geleerd kunnen worden of geoefend kunnen worden. Deze ‘learning apps’ worden vaak ook thuis gebruikt of zelfs door ouders als toevoeging op datgene wat er in de klas gebeurt.

Het kiezen van software

Verschillende omstandigheden vragen om verschillend software. Er is niet zoiets van “one-size-fits-all”. Het is niet gemakkelijk om de goede software te kiezen. Op de eerste plaats is er weinig onderzoek gedaan naar welke software de beste resultaten weet te boeken. We kunnen niet bepaald putten uit een groot databank met voor- en nadelen van verschillende soorten software. Daarnaast zijn de kosten vaak hoog.

Het is heel belangrijk om van te voren toch goed na te gaan wat je kunt verwachten van de software. Ga dus praten op die scholen die al gebruik maken van de software. Wat zijn de ervaringen van de leerlingen, de leraren en de ouders? Welke resultaten hebben zij ermee geboekt? Daarnaast zijn over het algemeen verschillende reviews te vinden op het internet of in tijdschriften die geschreven zijn door experts en/of gebruikers van specifieke software.

Kijk ook altijd eerst wat je eigenlijk al in huis hebt!

Het is goed om na te gaan wat je als school al in huis hebt. Wordt het op de goede manier gebruikt? Waar is het voor bedoeld en werkt het ook?

Maak een evaluatieplan!

Als je nieuwe software gaat aanschaffen en verschillende software met elkaar gaat vergelijken bedenk dan van tevoren waar je je evaluatie of beoordeling op gaat baseren. Wat zijn je prioriteiten?

Een aantal criteria:

  1. De software moet adaptief zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld leerstof op verschillende tempo’s doorlopen kunnen worden. Op basis van de prestaties van leerlingen gaan de leerlingen sneller of langzamer door de leerstof.
  2. De software moet afgestemd zijn op de kerndoelen, standaarden en/of het curricilum.
  3. De software moet op onderdelen aangepast kunnen worden door de leraar zelf(assignable). Een leraar moet in de software kunnen om te bepalen welke leerlingen bepaalde onderdelen wel of niet hoeven te doen. De leraar moet het programma dus kunnen aanpassen.
  4. De software moet aansluiten bij de wijze waarop de leerstof ook in de klas (off-line) wordt aangeboden. Bij blended learning zijn de online en offline leeractiviteiten geïntegreerd.
  5. De data uit de software moet integreren met de andere systemen waar de school gebruik van maakt. Het is zeer inefficiënt als een leraar verschillende keren moet inloggen om de vorderingen van leerlingen te kunnen zien.
  6. De software moet er op gericht zijn de leerlingen betrokken te houden bij de leerstof.
  7. De software moet efficiënt zijn in gebruik voor de leerlingen.
  8. Het is handig als de leerlingen er ook thuis mee kunnen werken (cloudbased)

 

 

Schrijf een reactie

Reactie