in blended learning, khan academy

Leiding geven aan onderwijsvernieuwing

In deze blog: een uitwerking van het cursusonderdeel “Leading change in blended learning” van the Khan Academy. Ik vind dit een interessant onderdeel van de cursus. Het sluit heel mooi aan bij datgene waar ik op de verschillende scholen in de designteams van de iXperium-ontwikkelkring mee bezig ben. Een bevestiging van waar ik mee bezig ben en daarnaast zet het me tot denken over mogelijke verbeterpunten.

Vier vragen om in gedachten te houden bij onderwijsinnovatie:

Wie moeten bij de innovatie betrokken worden en op welke manier?

Het niveau van verandering  bepaalt ook het soort team dat nodig is om succesvol te zijn. Er worden drie teams onderscheiden:

  • Functional team (alleen teamleden van een specifieke afdeling, bouw  of sectie). De verandering die wordt beoogd reikt niet verder dan de afdeling of heeft geen impact op andere afdelingen. (bv het ontwikkelen van een studiewijzer voor wiskunde)
  • Lightweight team (teamleden van verschillende afdelingen, bouwen of secties bij elkaar met een overkoepelende coördinator). De verandering heeft wat betreft de organisatie van onderwijs effect op meerdere afdelingen tegelijkertijd. Te denken valt aan het werken met roulatiesystemen waarbij gewerkt wordt met verschillende ruimtes zoals computerlokalen. Er is dan enige onderlinge afstemming gewenst.
  • Heavyweight team (teamleden met verschillende type functies verdeeld over verschillende afdelingen, bouwen of secties met  een sterke leider (eventueel aangesteld op tijdelijke basis). De verandering betreft een herontwerp van de volledige schoolorganisatie.

Hoe krijg je commitment?

Belangrijk is dat leraren en de schoolleiding zelf  hun (nieuwe) onderwijs ontwerpen en dit dus niet puur opgelegd krijgen van bestuurders. Zij moeten zich eigenaar voelen van de onderwijsinnovatie en autonomie krijgen over de concrete invulling. Bestuur moet vooral faciliteren in tijd, ruimte en programma’s die hen ondersteunen bij het (her)ontwerpen van hun onderwijs.

Hoe maak je het ontwikkelen van de nieuwe school tot het dagelijks werk van de leraren?

Het idee is dat leraren het als onderdeel van hun werk gaan zien om te vernieuwen. Het moet meer zijn dan een project waar leraren aan het eind van de dag een uurtje tijd voor krijgen om aan te werken. Dit betekent dan ook dat voor deze taak tijd wordt ingeruimd tijdens studiedagen en andere weken of dagen waarop er niet alleen lesgegeven wordt. In de cursus wordt gesproken van een (andere) mindset. Het werk van de leraar bestaat niet hoofdzakelijk uit lesgeven maar is nadrukkelijk een combinatie van ontwerpen, uitvoeren, evalueren en weer (her)ontwerpen.

Hoe ga je om met weerstand?

Kernwoorden zijn: begrip, informeren, meenemen, zichtbaar maken, vragen stellen, ondersteunen en geruststellen.

Methodieken voor onderwijsinnovatie

Het ontwikkelen en implementeren van blended learning is een onzeker proces. Er zijn geen kant en klare oplossingen voor de problemen waar je tegen aan loopt. Er ligt geen kookboek klaar en veel (educatieve) software is net niet helemaal geschikt. Er moet geëxperimenteerd worden en getest (liefst snel zodat de aanpassingen ook meteen kunnen worden gedaan).

Drie voorbeelden van methodieken voor innovatie. Ik ga deze drie voorbeelden hier niet verder uitwerken maar volsta met een link. De eerste: “design thinking” is een werkwijze die ik zelf gebruik in de designteams van de iXperium-ontwikkelkring.

Wat hebben deze benaderingen met elkaar gemeen?

It is all about the process of learning by doing

Samengevat gaat het telkens om de volgende zes stappen die van belang zijn bij het innovatieproces:

  1. Zet de doelstelling(en) duidelijk neer. Hierbij gaat het natuurlijk niet om de techniek. Dus geen doelstellingen zoals “alle leerlingen gebruiken de iPad”. Het gaat om de leerervaringen en de manier waarop ict daar een bijdrage aan kan leveren.
  2. Bedenk van te voren hoe de resultaten gemeten worden. Denk na over welke data bruikbaar zijn voor het vaststellen of de doelstellingen zijn bereikt. Dit kunnen leerlingresultaten maar ook andere facetten zoals  leerlingbetrokkenheid, contactmomenten tussen leerling en leraar etc. Het gaat om factoren die inzicht geven in de mate waarin het model dat gehanteerd wordt succesvol is gebleken.
  3. Verbind de plannen met actie. Het mag geen theoretische oefening zijn. Ben niet te lang bezig met het uitwerken op papier maar ga over tot actie.
  4. Create mini-tests. Ga op kleine schaal testjes doen, maak prototypes die gemakkelijk weer aan te passen zijn, laagdrempelig zijn en niet te duur.
  5. Verzamel feedback. Niet alleen resultaten bekijken maar ga echt observeren, monitoren, kijken wat er gebeurt. Vergeet niet de studenten zelf om feedback te vragen. Wat werkt wel en wat werkt niet? Leg eventueel prototypes ook aan leerlingen voor.
  6. Blijf bovenstaande processen herhalen. Het stopt niet. De vernieuwingen zijn nooit klaar. Er zullen altijd nog dingen zijn die verbeterd kunnen worden. Dit betekent blijven ontwerpen, experimenteren, testen en (her)ontwerpen.

 

Schrijf een reactie

Reactie