Blended learning faciliteren

De laatste video’s van de online cursus van de Khan Academy gaan in op het kiezen van hardware, de benodigde infrastructuur en de inrichting van een ruimte voor blended learning. De informatie die hierover in de cursus gegeven wordt is summier. Sommige adviezen zijn te omschrijven als “open deuren”.

Voorbeelden van open deuren
Het zijn open deuren maar in de praktijk gaat het nog steeds vaak mis op deze punten:

  1. Het (draadloos) netwerk op school moet op orde zijn. Hoe groot de bandbreedte van het netwerk moet zijn, moet van te voren door experts goed worden berekend. Als dat niet op orde is, zorgt dit voor grote frustraties.
  2. De accu’s van de devices moeten een hele dag mee kunnen. Het opladen van de devices moet georganiseerd worden.
  3. Let op de totale kosten van de devices en niet alleen op de aankoopprijs. Sommige devices zijn duurder in onderhoud.

Hardware
Waar het in eerste instantie op neer komt is dat je bij het kiezen van hardware je gezond verstand moet gebruiken. Realiseer je dat de techniek continue in ontwikkeling is. En dus: dat ook de hardware steeds verandert.

Het type device en het aantal devices dat je in je school wilt hebben is uiteraard afhankelijk van het onderwijsmodel dat je hanteert voor blended learning (rotation, flex, a la carte, enriched virtual).  Eigenlijk heb je de keuze uit de volgende type devices:

  1. Desktop
  2. Laptop (waaronder ook de Chromebook)
  3. Tablet

In Amerika zijn de Google Chromebooks erg populair. Men spreekt van een trend!

Chromebooks
De kosten van Chromebooks zijn laag in vergelijking met de andere devices. De Chromebooks zijn gemakkelijk te managen in een blended learning omgeving. De opgeladen Chromebooks gaan een hele dag mee. Ze zijn gebruikersvriendelijk en wat misschien nog wel het belangrijkste is. Je werkt ermee in de cloud. Hierdoor kan een leerling tussentijds stoppen met een lesonderdeel en gewoon de draad later weer oppakken. Ook met een andere Chromebook of device. Twee aandachtspunten: het draadloos netwerk moet goed zijn én de software compatibel voor Chromebook.

Tablets, desktops en laptops
iPads zijn cool! Sowieso is lezen op een tablet lekker makkelijk. Zeker voor jonge kinderen zijn de tablets erg geschikt vanwege de mogelijkheid van swipen.

Er kleven ook nadelen aan de tablets. De (educatieve) applicaties op een tablet zijn vaak alleen geschikt voor een specifiek besturingssysteem (meestal Android of Apple) en niet voor beiden. De tablets hebben niet het voordeel van het werken in de cloud zoals de Chromebooks. De leerlingen zijn voor de voortgang dus meer afhankelijk van het device waar ze mee werken.

Voor oudere leerlingen is het gewenst om te werken met laptops of desktops. Zij moeten vaak meer tekst intypen en dat is toch echt niet zo handig op de tablets. Zij hebben gewoon een keyboard nodig. De combinatie tablet/keyboard maakt het device weer duurder en haalt het qua comfort nog niet bij de laptop of desktop.

 

Leeromgeving
Vier aspecten die je in de gaten moet houden bij de inrichting van een ruimte voor blended learning.

  1. Ga uit van datgene wat je bij je leerlingen wilt bereiken.

Vorm volgt de functie

Wil je ruimtes die uitdagen tot samenwerken? Moeten leerlingen individueel kunnen werken? Wordt er gewerkt in kleine groepjes?
2. Zorg voor grote, meer flexibele leerruimtes met daarbinnen de mogelijkheid voor het creëren van kleine ruimtes of hoeken.
3. Als je vastzit aan een bestaand schoolgebouw, gebruik dan de creativiteit om de ruimtes er toch anders uit te laten zien. Misschien een muur weghalen tussen twee klaslokalen. Hoeken maken, deuren open etc.
4.  Kies ook de meubels zorgvuldig uit (handig als tafels en stoelen verrijdbaar zijn, kasten waaruit leerlingen zelf gemakkelijk materialen kunnen pakken).
5.  Laat leerlingen helpen bij het inrichten van de omgeving.

 

Leiding geven aan onderwijsvernieuwing

In deze blog: een uitwerking van het cursusonderdeel “Leading change in blended learning” van the Khan Academy. Ik vind dit een interessant onderdeel van de cursus. Het sluit heel mooi aan bij datgene waar ik op de verschillende scholen in de designteams van de iXperium-ontwikkelkring mee bezig ben. Een bevestiging van waar ik mee bezig ben en daarnaast zet het me tot denken over mogelijke verbeterpunten.

Vier vragen om in gedachten te houden bij onderwijsinnovatie:

Wie moeten bij de innovatie betrokken worden en op welke manier?

Het niveau van verandering  bepaalt ook het soort team dat nodig is om succesvol te zijn. Er worden drie teams onderscheiden:

  • Functional team (alleen teamleden van een specifieke afdeling, bouw  of sectie). De verandering die wordt beoogd reikt niet verder dan de afdeling of heeft geen impact op andere afdelingen. (bv het ontwikkelen van een studiewijzer voor wiskunde)
  • Lightweight team (teamleden van verschillende afdelingen, bouwen of secties bij elkaar met een overkoepelende coördinator). De verandering heeft wat betreft de organisatie van onderwijs effect op meerdere afdelingen tegelijkertijd. Te denken valt aan het werken met roulatiesystemen waarbij gewerkt wordt met verschillende ruimtes zoals computerlokalen. Er is dan enige onderlinge afstemming gewenst.
  • Heavyweight team (teamleden met verschillende type functies verdeeld over verschillende afdelingen, bouwen of secties met  een sterke leider (eventueel aangesteld op tijdelijke basis). De verandering betreft een herontwerp van de volledige schoolorganisatie.

Hoe krijg je commitment?

Belangrijk is dat leraren en de schoolleiding zelf  hun (nieuwe) onderwijs ontwerpen en dit dus niet puur opgelegd krijgen van bestuurders. Zij moeten zich eigenaar voelen van de onderwijsinnovatie en autonomie krijgen over de concrete invulling. Bestuur moet vooral faciliteren in tijd, ruimte en programma’s die hen ondersteunen bij het (her)ontwerpen van hun onderwijs.

Hoe maak je het ontwikkelen van de nieuwe school tot het dagelijks werk van de leraren?

Het idee is dat leraren het als onderdeel van hun werk gaan zien om te vernieuwen. Het moet meer zijn dan een project waar leraren aan het eind van de dag een uurtje tijd voor krijgen om aan te werken. Dit betekent dan ook dat voor deze taak tijd wordt ingeruimd tijdens studiedagen en andere weken of dagen waarop er niet alleen lesgegeven wordt. In de cursus wordt gesproken van een (andere) mindset. Het werk van de leraar bestaat niet hoofdzakelijk uit lesgeven maar is nadrukkelijk een combinatie van ontwerpen, uitvoeren, evalueren en weer (her)ontwerpen.

Hoe ga je om met weerstand?

Kernwoorden zijn: begrip, informeren, meenemen, zichtbaar maken, vragen stellen, ondersteunen en geruststellen.

Methodieken voor onderwijsinnovatie

Het ontwikkelen en implementeren van blended learning is een onzeker proces. Er zijn geen kant en klare oplossingen voor de problemen waar je tegen aan loopt. Er ligt geen kookboek klaar en veel (educatieve) software is net niet helemaal geschikt. Er moet geëxperimenteerd worden en getest (liefst snel zodat de aanpassingen ook meteen kunnen worden gedaan).

Drie voorbeelden van methodieken voor innovatie. Ik ga deze drie voorbeelden hier niet verder uitwerken maar volsta met een link. De eerste: “design thinking” is een werkwijze die ik zelf gebruik in de designteams van de iXperium-ontwikkelkring.

Wat hebben deze benaderingen met elkaar gemeen?

It is all about the process of learning by doing

Samengevat gaat het telkens om de volgende zes stappen die van belang zijn bij het innovatieproces:

  1. Zet de doelstelling(en) duidelijk neer. Hierbij gaat het natuurlijk niet om de techniek. Dus geen doelstellingen zoals “alle leerlingen gebruiken de iPad”. Het gaat om de leerervaringen en de manier waarop ict daar een bijdrage aan kan leveren.
  2. Bedenk van te voren hoe de resultaten gemeten worden. Denk na over welke data bruikbaar zijn voor het vaststellen of de doelstellingen zijn bereikt. Dit kunnen leerlingresultaten maar ook andere facetten zoals  leerlingbetrokkenheid, contactmomenten tussen leerling en leraar etc. Het gaat om factoren die inzicht geven in de mate waarin het model dat gehanteerd wordt succesvol is gebleken.
  3. Verbind de plannen met actie. Het mag geen theoretische oefening zijn. Ben niet te lang bezig met het uitwerken op papier maar ga over tot actie.
  4. Create mini-tests. Ga op kleine schaal testjes doen, maak prototypes die gemakkelijk weer aan te passen zijn, laagdrempelig zijn en niet te duur.
  5. Verzamel feedback. Niet alleen resultaten bekijken maar ga echt observeren, monitoren, kijken wat er gebeurt. Vergeet niet de studenten zelf om feedback te vragen. Wat werkt wel en wat werkt niet? Leg eventueel prototypes ook aan leerlingen voor.
  6. Blijf bovenstaande processen herhalen. Het stopt niet. De vernieuwingen zijn nooit klaar. Er zullen altijd nog dingen zijn die verbeterd kunnen worden. Dit betekent blijven ontwerpen, experimenteren, testen en (her)ontwerpen.

 

Software kiezen

Het kiezen van de meest geschikte software

De online cursus van de Khan Academy geeft de volgende informatie over het kiezen van geschikte software voor het realiseren van blended learning.

Het kiezen van software en hardware is de laatste stap in het proces van onderwijsontwikkeling. Eerst denk je na over wat je wilt dat leerlingen leren en hoe ze deze doelstellingen kunnen bereiken.

Vier soorten software kunnen worden onderscheiden:

  1. Whole course software. Dit is software dat een volledige cursus of vakgebied vervangt. Het is gemakkelijk voor de leraar die hoeft zelf het onderwijs niet te ontwerpen máár biedt weinig mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren.
  2. Supplemental software. Dit is software dat ondersteunend is bij een cursus of vakgebied. De leraar kan de software gericht inzetten voor een hele klas, individuele of groepjes leerlingen.
  3. Teacher tools. Dit is software dat het werk van de leraren gemakkelijker maakt. Te denken valt aan administratie, leerlingvolgsystemen maar ook communicatieplatforms zoals Edmodo, elektronische leeromgevingen (elo) en learning management systemen (lms). Andere voorbeelden van teacher tools zijn socrative en classdojo. Vakoverstijgende applicaties die leraren kunnen inzetten om bijvoorbeeld een wedstrijdelement in te bouwen in een les, leerlingen feedback te geven op gedrag etc. etc. Er zijn heel veel verschillende ‘teacher tools’ in omloop.
  4. Learning apps. Er zijn ook veel verschillende applicaties waarmee losse vaardigheden geleerd kunnen worden of geoefend kunnen worden. Deze ‘learning apps’ worden vaak ook thuis gebruikt of zelfs door ouders als toevoeging op datgene wat er in de klas gebeurt.

Het kiezen van software

Verschillende omstandigheden vragen om verschillend software. Er is niet zoiets van “one-size-fits-all”. Het is niet gemakkelijk om de goede software te kiezen. Op de eerste plaats is er weinig onderzoek gedaan naar welke software de beste resultaten weet te boeken. We kunnen niet bepaald putten uit een groot databank met voor- en nadelen van verschillende soorten software. Daarnaast zijn de kosten vaak hoog.

Het is heel belangrijk om van te voren toch goed na te gaan wat je kunt verwachten van de software. Ga dus praten op die scholen die al gebruik maken van de software. Wat zijn de ervaringen van de leerlingen, de leraren en de ouders? Welke resultaten hebben zij ermee geboekt? Daarnaast zijn over het algemeen verschillende reviews te vinden op het internet of in tijdschriften die geschreven zijn door experts en/of gebruikers van specifieke software.

Kijk ook altijd eerst wat je eigenlijk al in huis hebt!

Het is goed om na te gaan wat je als school al in huis hebt. Wordt het op de goede manier gebruikt? Waar is het voor bedoeld en werkt het ook?

Maak een evaluatieplan!

Als je nieuwe software gaat aanschaffen en verschillende software met elkaar gaat vergelijken bedenk dan van tevoren waar je je evaluatie of beoordeling op gaat baseren. Wat zijn je prioriteiten?

Een aantal criteria:

  1. De software moet adaptief zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld leerstof op verschillende tempo’s doorlopen kunnen worden. Op basis van de prestaties van leerlingen gaan de leerlingen sneller of langzamer door de leerstof.
  2. De software moet afgestemd zijn op de kerndoelen, standaarden en/of het curricilum.
  3. De software moet op onderdelen aangepast kunnen worden door de leraar zelf(assignable). Een leraar moet in de software kunnen om te bepalen welke leerlingen bepaalde onderdelen wel of niet hoeven te doen. De leraar moet het programma dus kunnen aanpassen.
  4. De software moet aansluiten bij de wijze waarop de leerstof ook in de klas (off-line) wordt aangeboden. Bij blended learning zijn de online en offline leeractiviteiten geïntegreerd.
  5. De data uit de software moet integreren met de andere systemen waar de school gebruik van maakt. Het is zeer inefficiënt als een leraar verschillende keren moet inloggen om de vorderingen van leerlingen te kunnen zien.
  6. De software moet er op gericht zijn de leerlingen betrokken te houden bij de leerstof.
  7. De software moet efficiënt zijn in gebruik voor de leerlingen.
  8. Het is handig als de leerlingen er ook thuis mee kunnen werken (cloudbased)

 

 

Alles anders voor blended learning?

Henri Ford

Deze blog borduurt verder op de andere blogs van mij naar aanleiding van de online cursus van de Khan Academy over blended learning. 

Wat betekent het als je met je met je hele onderwijsorganisatie naar blended learning wil gaan? Wat betekent het als je meer gepersonaliseerd onderwijs wil geven?

Gaan we het na al die jaren eens anders doen?
Assumpties to questionBij de online cursus van blended learning vertellen mijn twee leraren heel overtuigend over het loslaten van een zestal oude veronderstellingen die we hebben over hoe onderwijs er uit moet zien. Waarom doen we de dingen zoals we ze doen? Vinden we nog steeds dat we het zo goed doen of kan het ook anders? Zeker een uitdaging om over dit soort vragen met een onderwijsteam te praten. Zeker als ze van plan zijn om het op een andere boeg te gooien.

Een aantal voorbeelden van vragen die bij ons huidig onderwijs te stellen zijn:

  1. Schooljaar: Met welke jaarindeling bereiken de leerlingen de beste resultaten? Is het beter om korte vakanties in te plannen in plaats van een lange zomervakantie? Moet een jaarindeling voor alle leerlingen er hetzelfde uitzien?
  2. Schooldag: Met welke dagindeling bereiken de leerlingen de beste resultaten? Begint de ideale dag voor de leerlingen om 9 uur en eindigt die om drie uur? Sluit de dagindeling aan bij het thuisritme van leerlingen en ouders? Moet de dagindeling er voor iedere leerling hetzelfde uitzien? Op welk tijdstip van de dag leren leerlingen het beste?
  3. Dagprogramma: Hoe ziet een effectieve dagindeling voor de leerlingen eruit? Moeten alle leerlingen dezelfde hoeveelheid tijd besteden aan elk vak? Kunnen leerlingen met eigen schema’s werken?
  4. Klasgrootte: Wat is de ideale klasgrootte? Is er wel een ideale klasgrootte of kan dat wisselend zijn?
  5. Groepsindeling: Hoe wordt bepaald welke leerling aan welke content toe is? Hoe belangrijk is leeftijd of niveau bij de indeling van groepen? Kunnen groepen ook wisselend van samenstelling zijn? Welke soort indeling past bij welke leeractiviteiten?
  6. Personeel: Wat voor type leraren heb je nodig? Hoeveel heb je er nodig? Hoe moeten zij hun tijd gebruiken? Hoe zorg je ervoor dat de juiste leraar er op het juiste moment voor de leerling is?

 

 

Technieken voor blended learning

voorbeeld schoolHet laatste onderdeel van de online cursus blended learning van Khan Academy beschrijft behoorlijk gedetailleerd hoe de leraar ‘blended learning’ in de klas moet organiseren.  Daarbij gaat het allemaal om wat we in Nederland noemen: “klassenmanagement”

Per model zijn verschillende focuspunten te beschrijven.

Het Flex model

  • werkt met Personalized Learning Time (PLT). Leerlingen werken bijvoorbeeld iedere dag een uur lang volledig zelfstandig aan verschillende vakken naar eigen keuze. Als de leerling klaar is, schrijft de leerling haar of zijn naam op het bord. De leraar zorgt ervoor dat de leerling de toets kan maken.
  • werkt met Project Time. Leerlingen werken samen met andere leerlingen aan een project en ontwikkelt ‘deeper learning skills’.
  • werkt met Team Teaching. De leraren worden voor verschillende activiteiten ingezet en leren van elkaar. (generalist versus specialist)
  • werkt met Mentoring Fridays. Op vrijdag voert de leraar 10-minuten gesprekjes met de leerlingen. Er wordt gereflecteerd en er worden doelen bepaald.

Het Rotation Model

  • werkt met small group instruction.
  • besteed veel aandacht aan persoonlijkheidsontwikkeling en bijbrengen van waarden (instilling character and values).
  • utilizing the best of traditional teaching. Er wordt veel gebruik gemaakt van het directe instructiemodel.

Lab Rotation Model

  • werkt met Daily assesment for dynamic grouping. Dagelijks wordt instructie gegeven, getoetst en vervolgens worden leerlingen opnieuw gegroepeerd.
  • werkt met Codified curriculum. Er wordt gewerkt met strakke leerlijnen die in duidelijke stapjes zijn opgebouwd.
  • Specialization. De leerlingen ook in het primair onderwijs hebben verschillende leraren voor verschillende vakken
  • Whole brain teaching

Er worden 10 tips/technieken gegeven. Veel van deze technieken zijn voor mij erg bekend van de tijd dat ik leraar was in het Montessori-onderwijs. In ieder geval zijn de meeste tips niet specifiek voor blended learning.

  1. Getting attention (zorg voor een duidelijk signaal voor het verkrijgen van de aandacht)

  2. Launching the class (zorg voor afspraken/procedure voor hoe je de klas binnen komt)

  3. Exit procedure (idem voor de klas verlaten)

  4. Managing Transitions (goed organiseren van de overgangen van leeractiviteiten)

  5. Asking for help (afspraken over hoe hulp vragen)

  6. Putting systems (overal systemen/procedures voor hebben) 🙂

  7. Gauging student learning (informeer bij de leerlingen naar hoe het gaat met het leren)

  8. Using data to drive growth (gebruik data zoals toetsgegevens om te zien wat een leerling heeft geleerd, neem regelmatig een beetje afstand en kijk de klas rond en kijk naar iedere leerling afzonderlijk

  9. Rewarding student performance (geef voor veel verschillende dingen beloningen)

  10. Setting expectations (ben duidelijk in je verwachtingen)

 

De rol van de leraar bij blended learning

De online cursus blended learning van Khan Academy besteedt ook uitgebreid aandacht aan de verschuiving van rollen van leraren bij blended learning.loesje loslaten

Vijf belangrijke verschuivingen

Van leraar naar facilitator.
Het accent ligt niet meer op het lesgeven. De leraar faciliteert het leren van de leerlingen.

Van vaste groepen leerlingen naar steeds wisselende groepen leerlingen. De leraar maakt iedere week of soms zelfs iedere dag nieuwe groepen op basis van de data uit de ICT-systemen. Dit kan best lastig zijn omdat er veel data kan zijn. Van belang is alleen die data te gebruiken die het beste overzicht en inzicht geeft in wat iedere leerling nodig heeft.

Van uitlegger naar bemiddelaar.
De leraar is steeds minder bezig met het uitleggen van leerstof. De educatieve software zorgt hier vaak al voor. De leraar kan nu gericht op de juiste momenten interventies doen die goed zijn voor het leerproces van de leerling.

Van focus op inhoud naar focus op vaardigheden en mindsets.
Er zal meer ruimte ontstaan voor focus op (cognitieve) vaardigheden en mindsets die behulpzaam zijn niet alleen voor het leren van de leerstof op dat moment maar ook om te leren leren. Hierdoor ontwikkelen leerlingen vaardigheden voor de toekomst.

Van generalist naar specialist.
Er wordt niet meer uitgegaan van één leraar die het hele programma voor de leerlingen verzorgt. Leerlingen worden begeleid door verschillende leraren. De leraar hoeft in dit model geen duizendpoot te zijn. Leraren kunnen worden ingezet in hun eigen kracht.

Welke gedachtes moeten de leraren laten gaan voor blended learning?

  • Niet het hele onderwijs in een studiewijzer willen vastleggen maar in plaats daarvan doelen omschrijven. Een minimaal basisplan voor leerlingen volstaat.  Dat het opdelen van de leerinhoud door de leraar vertragend kan werken voor het leerproces van sommige leerlingen illustreert onderstaand citaat uit de cursus:

Teacher pacing can be thought of as the emergency vehicles that trail the last runners in a marathon – they don’t prevent anyone from going faster, but they do set the slowest pace at which a runner can progress

  • John Glover, CEO, Alpha Public Schools
  • Niet elk onderdeel van de leerinhoud hoeft getest te worden door de leraar. Gebruik de technologie daarvoor. De software neemt de leerling door de stof mee en zorgt voor aangepaste oefeningen en herhalingen.
  • De leraar hoeft niet altijd het woord te hebben. De aandacht hoeft niet steeds bij de leraar te zijn.
  • Het is niet nodig om steeds de hele groep bij elkaar te brengen. Het is relaxter, efficiënter en productiever om te werken met kleine groepen die samen dezelfde vooruitgang boeken.

Wat moet je als leraar blijven doen bij blended learning?

  • Focussen op de leercultuur
  • Focussen op relaties

 

 

 

 

Uitgangspunten voor blended learning

In vervolg op de lessen over definitie en modellen voor blended learning heb de informatie van de online cursus van Khan Academy over

creating the ideal student experience in a blended learning classroom

tot me genomen. Wat vooral bij dit onderdeel van de cursus interessant is, zijn de filmpjes waarin docenten en leerlingen vertellen over hun ervaringen met blended learning en je leerlingen aan het werk ziet. Het zijn scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs die ze laten zien.

Bij het ontwerpen van een ideale leeromgeving moeten de leerlingen centraal staan. Je start met het bedenken wat je wilt dat de leerlingen leren.

Denk aan de ervaringen die je de leerlingen wilt laten meemaken

Vier sleutelelementen zijn van belang:

Student ownership: De leraar moet niet het werk doen maar de leerling. De leerling moet leren zijn eigen leren te managen. Dat legt de basis voor levenslang leren en succes.

Eigenaarschap is de sleutel naar studentbetrokkenheid

Personalized learning : Elke student krijgt op het goede moment leerstof aangeboden wat hij op dat moment nodig heeft. De leraren van Khan Academy zijn van mening dat dit alleen kan als ICT wordt ingezet om gepersonaliseerd leren mogelijk te maken.

Mastery based education: Leerlingen krijgen voordat ze aan een cursus of vak beginnen de mogelijkheid om met behulp van een toets te laten zien wat ze al weten. Als ze een onderdeel al beheersen hoeven ze dat niet meer te doen en kunnen ze verdergaan met leren. Ze hebben altijd een basis nodig

Deep relationships: De leraren zijn nog steeds het centrum in het leerproces voor hun leerlingen. De relatie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling is de kern van de leeromgeving. De leerlingen hebben veel interacties met elkaar. Er is vooral veel meer face-to-face interactie mogelijk ten opzichte van de niet blended leermodellen.

De docenten die aan het woord komen in de filmpjes formuleren de volgende uitgangspunten voor blended learning:

  • Je moet hoge verwachtingen hebben van je leerlingen

  • Je moet aandacht hebben voor de academische ontwikkeling én de persoonlijkheidsontwikkeling

  • Je moet de leerlingen op eigen tempo laten leren en je ondersteuning aanpassen aan de behoefte van de leerlingen

  • Je moet projecten organiseren om leerlingen in real-life ervaringen op te laten doen en het geleerde te laten toepassen

  • Je moet zorgen voor individuele uitdagingen

  • Je moet ervoor zorgen dat leerlingen waardevolle cognitieve vaardigheden ontwikkelen

  • Je moet je afwisselend richten op vaardigheden en content

  • Je moet zorgen voor een breed aanbod aan onderwijsleeractiviteiten

  • Begeleid het leren door middel van scaffolding (met tussenstapjes naar steeds meer zelfgestuurd leren)

Vier vormen van blended learning

blenderVia Khan Academy volg ik een gratis online cursus over blended learning. Ik doe dat om meer theoretische verdieping te krijgen over blended learning en eigenlijk ook wel omdat ik wil ontdekken hoe ik het vind om een cursus volledig online te volgen. Hou ik dat vol? Vind ik dat inspirerend of juist niet? Ik hoop natuurlijk dat ik er wat aan heb voor de  scholen die ik begeleid bij de inzet van ICT in het onderwijs.

De cursus geeft een definitie over blended learning die ik als volgt vertaal:

Blended learning is een formeel onderwijsprogramma waarin studenten zowel online-als offline leren en in bepaalde mate zelf invloed kunnen uitoefenen op het tijdstip waarop ze leren, locatie, leerroute en tempo.  Het leren vindt ook in het schoolgebouw plaats onder directe begeleiding van een leraar. De online- en offline leeractiviteiten staan niet los van elkaar, ze vormen een geïntegreerd geheel.

Echt goed (high quality blended learning) blended learning bevat de volgende elementen:

  • Gepersonaliseerd leren: het onderwijs is afgestemd op de individuele leerling niet op de hele groep
  • De student moet laten zien wat hij of zij beheerst en gaat dan pas naar het volgende niveau (mastery based). Ze hoeven niet te wachten op andere studenten om verder te kunnen gaan.
  • Het gaat uit van hoge verwachtingen van studenten.
  • De student voelt zich eigenaar van het leerproces. Dit is cruciaal want dit betekent dat studenten de vaardigheid moeten beheersen om hun eigen leren te kunnen sturen.

Drie modellen van blended learning

In de cursus wordt verteld dat er veel verschillende modellen voor blended learning zijn maar dat ze hierin vier categorieën kunnen onderscheiden.

De modellen worden, in een video met concrete voorbeelden van scholen die de modellen in de praktijk toepassen, toegelicht. Leuk om te zien maar wel erg Amerikaans verteld. Daar moet je wel van houden. Ik vind het eigenlijk wel lekker om naar te luisteren. De essentie wordt absoluut duidelijk.

word_amazing.jpg.scaled1000

It’s all amazing!

 

 

 

 

flipped the classroomThe flipped classroom model

Bekend principe. Het betekent in feite dat het klassieke onderwijssysteem wordt omgedraaid. Wat normaal gesproken op school wordt gedaan wordt bij flipped classroom thuis gedaan. Wat normaal gesproken thuis wordt gedaan wordt nu op school gedaan. De leraar heeft hierdoor ineens tijd om in de klas leerlingen individuele begeleiding te geven. In de cursus wordt aangegeven dat ze dit nog geen echt blended learning is maar wel een mooi begin. Het is geen eindstation.

 


station rotationThe station rotation model

Dit model werkt volgens het principe dat alle studenten van een klas binnen een cursus of vakgebied, via een rouleersysteem, in verschillende settings leren. Er wordt gewerkt volgens een van te voren vastgesteld schema of de leraar geeft aan wat de student moet doen (leraargestuurd). Minstens één van deze leeractiviteiten is online. Andere settings kunnen activiteiten bevatten zoals klassikale instructie of instructie in kleine groepen, individuele begeleiding en schriftelijke opdrachten. In dit model doorlopen alle studenten de verschillende settings die aangeboden worden.


Lab rotationThe lab rotation model

Het verschil met het station rotation model is dat studenten overwegend online leren in dit model. Ze rouleren van klaslokaal naar het computerlokaal. Ook hier wordt gewerkt volgens een van te voren vastgesteld schema of de leraar geeft aan wat de student moet doen (leraargestuurd). In de klaslokalen wordt klassikale instructie gegeven en vervolgens gaan de studenten individueel (online) leren met behulp van de computers.

 

flex-model-300x255The flex model

Ook in dit model wordt vooral online geleerd. Studenten kunnen flexibel gebruik maken van verschillende leermodules. Zij kunnen hun onderwijs zelf aanpassen aan hun eigen leerbehoefte en voorkeuren (studentgestuurd). Iedere student heeft een eigen individueel en flexibel programma. De leraar is aanwezig om begeleiding te geven op maat. De leraar kan kiezen voor individuele begeleiding, instructie in kleine groepjes of klassikale instructie op basis van de vraag van de studenten.

Wat mij opvalt is dat het flex model het meest voldoet aan de standaard van high quality blended learning. Dit model voldoet meer aan de verwachtingen die gepersonaliseerd leren oproept namelijk studentgestuurd leren. Huiswerk voor mezelf is nu om op zoek te gaan naar andere modellen die niet in de cursus zijn opgenomen. Ik wil modellen leren kennen die ook uitgaan van studentgestuurd leren.