Samen leren innoveren met ICT

Momenteel geef ik leiding aan een onderzoek naar de opbrengsten van 11 designteams uit PO, VO en MBO die ICT-rijke leerarrangementen hebben ontwikkeld en beproefd voor onderwijs dat recht doet aan verschillen. In deze designteams hebben leraren, lerarenopleiders, ICT-experts, onderzoekers en soms ook leraren-in-opleiding gedurende een jaar intensief met elkaar samengewerkt. Het doel is dat deze multidisciplinaire leergemeenschappen bijdragen aan onderwijsinnovatie met ICT en tegelijkertijd ook aan een verbeterde opleiding van toekomstige leraren.

Het gaat om het beantwoorden van de volgende onderzoeksvraag:

Leiden de designteams tot (leer)opbrengsten betreffende de innovatie “recht doen aan verschillen met behulp van ict” op de scholen, de lerarenopleiding en bij de individuele leraren en lerarenopleiders?

Voor dit onderzoek interview ik, samen met mijn collega’s, de schoolleiders en voer ik groepsevaluaties uit met de voltallige designteams. Alle deelnemers van de designteams vullen tevens een digitale vragenlijst in. Daarnaast worden de ontwikkelde leerarrangementen geanalyseerd.

Uitkomsten eerder onderzoek
In schooljaar 2011/2012 zijn de eerste designteams van start gegaan. Destijds nog alleen met scholen voor primair onderwijs in de regio Arnhem.  In 2014 zijn ook deze designteams geëvalueerd. Uit dat onderzoek bleek dat de ontwerpgerichte en onderzoeksmatige aanpak van de designteams ICT-rijke leerarrangementen opleveren die aansluiten bij de behoefte van de scholen. Er wordt van en met elkaar geleerd. Er zijn effecten op het niveau van individuele professionalisering. De grensoverschrijdende samenwerking leidde nog niet tot innovatieve leerarrangementen en tot onderwijsinnovatie op de basisscholen en de lerarenopleiding. Het blijkt dat de deelnemers tijd nodig hebben om invulling te geven aan de nieuwe rollen die van hen verwacht worden. Daarnaast is vanuit de betrokken organisaties onvoldoende aandacht geweest voor de leergemeenschappen.

Aanscherping werkwijze
De bevindingen hebben geleid tot maatregelen voor de aanscherping van de werkwijze van de multidisciplinaire leergemeenschappen. De twee belangrijkste zijn: (1) meer aandacht voor het ontwerpproces in de leergemeenschappen door toepassing van de methodiek van design thinking, (2) meer aandacht voor de verbinding tussen de multidisciplinaire leergemeenschappen en de scholen door het team al in de beginfase te betrekken bij het formuleren van de praktijkvraag, het uitproberen en evalueren van ontwikkelde prototypes.

Stand van zaken onderzoek
Het onderzoek dat is uitgevoerd in 2014 heeft geleid tot twee publicaties. Eén publicatie in boekvorm en een artikel in Velon. Het onderzoek naar de opbrengsten van de designteams nadat de werkwijze is aangescherpt is nog lopende. Hieronder een link naar de publicaties.knipsel

iXperium als leerwerkplaats

Samen leren innoveren met ICT

 

 

 

Mijn eerste MOOC Café over blended learning

Deze week ben ik gestart met de MOOC op FutureLearn: blended learning getting started. De MOOC duurt vijf weken. Dit is voor mij de eerste keer dat ik een MOOC volg. Ik heb wel eerder een online cursus gevolgd, ook over blended learning. Hierover heb ik ook eerder geblogd. Ik vind het verschil tussen een MOOC en een online cursus niet zo duidelijk. Misschien ontdek ik de verschillen de komende weken wel.


MOOC-Café

Mooc Cafe definitiefIk neem niet alleen deel aan een MOOC, ook aan een MOOC Café blended learning. Georganiseerd door SURFnet. Deelnemers van vooral hogescholen en universiteiten komen in het MOOC Café drie keer bij elkaar om te reflecteren op de MOOC blended learning en er komen interessante gasten om hun leerervaringen te delen.

Ik gebruik deze blog om te reflecteren op de eerste week, waarin ik week 1 en 2 van de MOOC al bestudeerd heb en één keer naar het MOOC-Café ben geweest.

Wat hoop ik te leren?

Tips en handvatten voor het meer blended maken van het beroepsonderwijs. Het liefst aan de hand van concrete voorbeelden over:

  • Ontwerpen van blended learning
  • Voorbeelden van blended learning
  • Implementatie van blended learning

Ik hoop dat ik vanuit de MOOC en vanuit het MOOC-Café niet alleen ervaringen hoor van beleidsmakers en onderwijskundigen maar ook van docenten in het beroepsonderwijs.

De eerste week

Ik heb verschillende filmpjes gezien waarin docenten en leerlingen enthousiast vertellen over hun ervaringen met blended learning én waarin ze blended aan het leren zijn. Dit is wat ik vooral oppik uit de filmpjes:

Online leren kan overal, eigen tempo bepalen, meer verantwoordelijkheid voor eigen leren, actueler, sluit aan bij belevingswereld van leerlingen, actueler onderwijsaanbod, boeken worden tot leven gebracht, het maakt veel dingen gemakkelijker

Ik heb kennisgemaakt met een online glossary over blended learning. Op deze glossary kan ik zoeken naar de betekenis van woorden die gebruikt worden als we het hebben over blended learning en ik kan zelf ook begrippen toevoegen. Handig! Ga ik zeker gebruik van maken. Op een crib sheet staat informatie over hoe zelf een online glossary te gebruiken in de eigen lessen. Een online glossary kan elke online ruimte zijn waarop leerlingen en leraren een woordenlijst/begrippenlijst maken dat specifiek voor een bepaald vak/beroep is bedoeld. Er zijn verschillende applicaties die het maken van een online glossary ondersteunen (PBworks, Wikispaces, of gewoon Google docs of Primary  Pad).

Ik heb verschillende online oefeningen gedaan.  Als voorbeeld: een beschrijving van aantal situaties  waarbij de vraag wordt gesteld of dit een vorm van blended learning is of niet. Elk antwoord wordt toegelicht. Het leverde voor mij geen nieuwe inzichten op. Aardig is het dubbele leereffect. Er zat namelijk weer een crib sheet bij met daarop uitgelegd op welke manier je online oefeningen voor studenten in kunt zetten. Ook wordt info gegeven over de applicaties die dit ondersteunen.

Definitions of major categories of digital technology tools used in student education

In de MOOC wordt blended learning geplaatst binnen de theorieën van constructivisme, sociaal constructivisme en probleemgestuurd leren. In het bestand hiernaast wordt ook de link gelegd tussen beschikbare digitale technologie en de manier waarop dit ingezet kan worden om onderwijs in te richten. Hier wordt overigens geen link gelegd met de bovenstaande theorieën. Ik vind het wel een handig overzicht en heb het dan ook even in deze blog gedeeld.

In de MOOC is het mogelijk om een test te doen om een beeld te krijgen van je eigen vaardigheden voor leren en lesgeven met ict. Ik kan het niet laten om te verwijzen naar de iXperium-website waarin Eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict te vinden zijn.

Reflectie en verdieping in het MOOC Café

Het heeft absoluut een toegevoegde waarde om niet alleen online de MOOC te volgen maar ook met anderen over de stof te praten. Eigenlijk ook wel blended! Ik vind het alleen jammer dat er nauwelijks docenten waren in het café. Daarentegen zijn in de MOOC wel veel docenten en leerlingen zelf aan het woord.

Het praktijkvoorbeeld van Jan Haarhuis van Universiteit Utrecht was aansprekend maar nog wel erg beleidstaal. Veel van wat hij heeft verteld is te vinden op de website Educatie-iT. Wat mij aanspreekt in zijn verhaal zijn de inspiratieprojecten die docenten zelf kunnen uitzetten en delen met elkaar. Ook hebben zij zelf een online cursus ontwikkeld voor hun docenten over blended learning.

Laat de professional (de docent) vooral zijn ding doen. De professional wil zelf bepalen wat hij wil veranderen!

Wat ik verder heb geleerd is dat er helemaal geen eenduidigheid is over wat blended learning is.  In de glossary staan verschillende definities. Ook in de MOOC wordt niet echt gekozen voor een definitie. Er is een definitie waarin percentages worden genoemd, (tenminste zoveel procent online en zoveel procent offline). Ik vind het zo’n zinloze actie om in percentages te berekenen hoeveel online en offline onderwijs wordt gegeven. Het gaat uiteindelijk toch om de kwaliteit van onderwijs. Ik kan me nog steeds het meest in onderstaande definitie vinden (die ik dan ook wil toevoegen aan de glossary behorende bij deze MOOC):

“The definition of blended learning is a formal education program in which a student learns: (1) at least in part through online learning, with some element of student control over time, place, path, and/or pace; (2) at least in part in a supervised brick-and-mortar location away from home; (3) and the modalities along each student’s learning path within a course or subject are connected to provide an integrated learning experience.

See more at: http://www.christenseninstitute.org/blended-learning-definitions-and-models

Interessante discussiepunten/opmerkingen uit de groep:

  • Moet de docent alles zelf kunnen? In welke mate heeft hij ondersteuning nodig van een didacticus en ICT-expert?
  • Welke tijdsinvestering is nodig om het onderwijs op deze manier aan te passen en blijvend aan te kunnen passen? Het kost altijd veel tijd om je steeds nieuwe applicaties eigen te maken.
  • Klein beginnen werkt voor sommige docenten. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van quizjes om je les mee te starten.
  • Ruimte creeeren voor het onderling uitwisselen van handige tools.
  • Bij het verder ontwikkelen van blended leren niet alleen de leraren meenemen in het proces maar ook de studenten.
  • Werken in multidisciplinaire teams aan het ontwerpen van onderwijs vanuit de vraagstelling: hoe kun je je lessen verbeteren?

 

 

Wat willen we weten over en van innovatieve scholen?

DSC06884

Huiswerk maken aan de keukentafel, smartphone onontbeerlijk

Regelmatig kunnen we discussies lezen in kranten, tijdschriften en social media over scholen die tablets of andere devices in zetten in hun onderwijs. Op elke school zitten leraren die er helemaal voor zijn en leraren die het helemaal niks vinden. Ouders vinden het ook vaak moeilijk. Aan de ene kant willen ze dat hun kind modern onderwijs krijgt, aan de andere kant weten ze niet zeker of hun kind alleen maar stiekem zit te instagrammen……..

Onderzoek naar effecten inzet van ict

De wetenschap helpt ook niet echt mee. Draagt de inzet van technologie nu wel of niet bij aan de kwaliteit van onderwijs? Er zijn negatieve effecten gevonden voor als ict niet goed wordt ingezet of te veel (OESO-rapport).  Er zijn positieve effecten gevonden op de motivatie van leerlingen (zie bijvoorbeeld publicaties van Kennisnet) maar dan gaat het vaak over specifieke applicaties. De positieve effecten op de motivatie van leerlingen worden ook niet altijd gevonden. Er is nog genoeg te onderzoeken.

Innoveren met ict

Intussen experimenteren scholen in alle sectoren met de inzet van ict in de lessen. Sommige scholen voorzichtig door het ontwikkelen van lessenseries of andere leerarrangementen met behulp van ict. Andere scholen zetten grotere stappen.

In het basisonderwijs springen de O4NT-scholen eruit. Deze scholen worden ook wel i-Pad scholen genoemd of Steve Jobscholen. Door de naam O4NT (Onderwijs voor een Nieuwe Tijd) wordt meer de nadruk gelegd op het onderwijsconcept dan op het middel namelijk de inzet van de i-Pad.

Dat is mooi. Een veel gehoorde reactie is namelijk dat de tablet niet het doel moet zijn maar een middel. Daar kun je het niet mee oneens zijn. Dat weten we allemaal en er is ook geen leraar of schoolleider die dit niet zal beamen. Toch gaat daar vaak de discussie over. Dit terwijl veel leraren vooral aan het verkennen zijn op welke manier ict (en dus ook de tablets) hen kan helpen om hun onderwijskundige ambities waar te maken. En dat is wat ik denk dat ook de O4NT-scholen doen. Zij gebruiken de i-Pad om hun visie op onderwijs waar te maken. Dat is ook wat maakt dat ik vind dat de O4NT-scholen tekort wordt gedaan als gezegd wordt dat het hen alleen om het inzetten van de i-Pad gaat.

Wat ik vooral interessant vind om te weten is: wat doen deze innovatieve scholen anders en welke effecten verwachten zij? Als we dat weten dan komt vanzelf de volgende vraag op: en werkt het ook?

Infographic O4NT-scholen

infographic: Onderwijs voor een Nieuwe Tijd (O4NT)- Het vooronderzoek.

Vooronderzoek naar O4NT-scholen

Het vooronderzoek naar de O4NT-scholen is een eerste stap naar het beantwoorden van bovenstaande vraag. Wat is het onderwijsconcept van de O4NT-scholen en welke effecten verwachten zij?  Hieronder enkele resultaten van dit inventariserend onderzoek. In de infographic hiernaast is een heldere samenvatting te vinden van het vooronderzoek.

 

Een onderzoek naar wat het onderwijsconcept van O4NT inhoudt laat zien dat het kenmerkende het O4NT-onderwijsconcept niet alleen de inzet van i-Pads is maar een combinatie van verschillende aspecten.

De drie belangrijkste aspecten:

  1. Gepersonaliseerd leren op basis van een gezamenlijk opgesteld individueel ontwikkelplan (leerling, leraar, ouders);
  2. Een leerproces dat meer vertrekt vanuit de vragen, belangstelling en intrinsieke motivatie van de leerling;
  3. Technologie (iPads) ingezet voor aansluiting bij de leefwereld van kinderen, het efficiënt kunnen volgen van de individuele ontwikkeling van leerlingen (opgesteld in het individueel ontwikkelplan), en de verlaging van administratieve lasten onder leraren.

De iPad lijkt een belangrijk aspect, dat als middel een belangrijke ‘versterker’ van de beoogde effecten kan zijn.

Het blijkt dat verschillende effecten op leerlingniveau worden beoogd zoals:

  • toegenomen intrinsieke motivatie;
  • goede zelfregulatie;
  • toegenomen zelfvertrouwen;
  • effectiever leerproces;
  • betere leerresultaten;
  • ontwikkeling 21e eeuwse vaardigheden.

Op het niveau van de ouders wordt een toenemende ouderbetrokkenheid beoogd. Op leraarniveau wordt een toename van hun intrinsieke motivatie en ontwikkeling van competenties voor de inzet van ict voor gepersonaliseerd leren verwacht.

Waarom onderzoek naar de opbrengsten en werking van deze innovatieve scholen?

Dat is logisch. Nu duidelijk is wat het concept van de O4NT-scholen inhoudt en welke effecten beoogd worden blijft de vraag nog staan: Worden de effecten ook behaald? Oftewel werkt het?

Uit het (voor)onderzoek naar de O4NT-scholen blijkt dat vanuit de samenleving, scholen, onderwijsinspectie, OCW behoefte is aan meer kennis over wat de opbrengsten zijn van innovatieve scholen zoals de O4NT-scholen. Door deze scholen te volgen ervaren de scholen dat ze in hun ambities serieus genomen worden. Er kan veel geleerd worden van de praktijk van deze scholen met hun innovatieve onderwijsconcepten. Wat werkt wel en wat werkt niet? Belangrijk is dat een dergelijk onderzoek zich niet alleen richt op de O4NT-scholen maar ook op andere scholen die gepersonaliseerd leren in de praktijk vorm geven.

Hieronder een link naar het volledige onderzoeksrapport van de Onderwijs Innovatie Groep (OIG), het Welten-instituut van de Open Universiteit en van HAN iXperium/Centre of Expertise Leren met ict. In dit onderzoek wordt een voorstel gedaan voor het uitvoeren van een onderzoek naar scholen die gepersonaliseerd leren vorm geven ondersteund door tablets. Beschreven wordt wat interessant is om te onderzoeken en hoe het onderzocht kan worden.

160126 Onderzoek_O4NT_rapportage vooronderzoek_v1.0_openbaar

 

 

 

Blended learning faciliteren

De laatste video’s van de online cursus van de Khan Academy gaan in op het kiezen van hardware, de benodigde infrastructuur en de inrichting van een ruimte voor blended learning. De informatie die hierover in de cursus gegeven wordt is summier. Sommige adviezen zijn te omschrijven als “open deuren”.

Voorbeelden van open deuren
Het zijn open deuren maar in de praktijk gaat het nog steeds vaak mis op deze punten:

  1. Het (draadloos) netwerk op school moet op orde zijn. Hoe groot de bandbreedte van het netwerk moet zijn, moet van te voren door experts goed worden berekend. Als dat niet op orde is, zorgt dit voor grote frustraties.
  2. De accu’s van de devices moeten een hele dag mee kunnen. Het opladen van de devices moet georganiseerd worden.
  3. Let op de totale kosten van de devices en niet alleen op de aankoopprijs. Sommige devices zijn duurder in onderhoud.

Hardware
Waar het in eerste instantie op neer komt is dat je bij het kiezen van hardware je gezond verstand moet gebruiken. Realiseer je dat de techniek continue in ontwikkeling is. En dus: dat ook de hardware steeds verandert.

Het type device en het aantal devices dat je in je school wilt hebben is uiteraard afhankelijk van het onderwijsmodel dat je hanteert voor blended learning (rotation, flex, a la carte, enriched virtual).  Eigenlijk heb je de keuze uit de volgende type devices:

  1. Desktop
  2. Laptop (waaronder ook de Chromebook)
  3. Tablet

In Amerika zijn de Google Chromebooks erg populair. Men spreekt van een trend!

Chromebooks
De kosten van Chromebooks zijn laag in vergelijking met de andere devices. De Chromebooks zijn gemakkelijk te managen in een blended learning omgeving. De opgeladen Chromebooks gaan een hele dag mee. Ze zijn gebruikersvriendelijk en wat misschien nog wel het belangrijkste is. Je werkt ermee in de cloud. Hierdoor kan een leerling tussentijds stoppen met een lesonderdeel en gewoon de draad later weer oppakken. Ook met een andere Chromebook of device. Twee aandachtspunten: het draadloos netwerk moet goed zijn én de software compatibel voor Chromebook.

Tablets, desktops en laptops
iPads zijn cool! Sowieso is lezen op een tablet lekker makkelijk. Zeker voor jonge kinderen zijn de tablets erg geschikt vanwege de mogelijkheid van swipen.

Er kleven ook nadelen aan de tablets. De (educatieve) applicaties op een tablet zijn vaak alleen geschikt voor een specifiek besturingssysteem (meestal Android of Apple) en niet voor beiden. De tablets hebben niet het voordeel van het werken in de cloud zoals de Chromebooks. De leerlingen zijn voor de voortgang dus meer afhankelijk van het device waar ze mee werken.

Voor oudere leerlingen is het gewenst om te werken met laptops of desktops. Zij moeten vaak meer tekst intypen en dat is toch echt niet zo handig op de tablets. Zij hebben gewoon een keyboard nodig. De combinatie tablet/keyboard maakt het device weer duurder en haalt het qua comfort nog niet bij de laptop of desktop.

 

Leeromgeving
Vier aspecten die je in de gaten moet houden bij de inrichting van een ruimte voor blended learning.

  1. Ga uit van datgene wat je bij je leerlingen wilt bereiken.

Vorm volgt de functie

Wil je ruimtes die uitdagen tot samenwerken? Moeten leerlingen individueel kunnen werken? Wordt er gewerkt in kleine groepjes?
2. Zorg voor grote, meer flexibele leerruimtes met daarbinnen de mogelijkheid voor het creëren van kleine ruimtes of hoeken.
3. Als je vastzit aan een bestaand schoolgebouw, gebruik dan de creativiteit om de ruimtes er toch anders uit te laten zien. Misschien een muur weghalen tussen twee klaslokalen. Hoeken maken, deuren open etc.
4.  Kies ook de meubels zorgvuldig uit (handig als tafels en stoelen verrijdbaar zijn, kasten waaruit leerlingen zelf gemakkelijk materialen kunnen pakken).
5.  Laat leerlingen helpen bij het inrichten van de omgeving.

 

Leiding geven aan onderwijsvernieuwing

In deze blog: een uitwerking van het cursusonderdeel “Leading change in blended learning” van the Khan Academy. Ik vind dit een interessant onderdeel van de cursus. Het sluit heel mooi aan bij datgene waar ik op de verschillende scholen in de designteams van de iXperium-ontwikkelkring mee bezig ben. Een bevestiging van waar ik mee bezig ben en daarnaast zet het me tot denken over mogelijke verbeterpunten.

Vier vragen om in gedachten te houden bij onderwijsinnovatie:

Wie moeten bij de innovatie betrokken worden en op welke manier?

Het niveau van verandering  bepaalt ook het soort team dat nodig is om succesvol te zijn. Er worden drie teams onderscheiden:

  • Functional team (alleen teamleden van een specifieke afdeling, bouw  of sectie). De verandering die wordt beoogd reikt niet verder dan de afdeling of heeft geen impact op andere afdelingen. (bv het ontwikkelen van een studiewijzer voor wiskunde)
  • Lightweight team (teamleden van verschillende afdelingen, bouwen of secties bij elkaar met een overkoepelende coördinator). De verandering heeft wat betreft de organisatie van onderwijs effect op meerdere afdelingen tegelijkertijd. Te denken valt aan het werken met roulatiesystemen waarbij gewerkt wordt met verschillende ruimtes zoals computerlokalen. Er is dan enige onderlinge afstemming gewenst.
  • Heavyweight team (teamleden met verschillende type functies verdeeld over verschillende afdelingen, bouwen of secties met  een sterke leider (eventueel aangesteld op tijdelijke basis). De verandering betreft een herontwerp van de volledige schoolorganisatie.

Hoe krijg je commitment?

Belangrijk is dat leraren en de schoolleiding zelf  hun (nieuwe) onderwijs ontwerpen en dit dus niet puur opgelegd krijgen van bestuurders. Zij moeten zich eigenaar voelen van de onderwijsinnovatie en autonomie krijgen over de concrete invulling. Bestuur moet vooral faciliteren in tijd, ruimte en programma’s die hen ondersteunen bij het (her)ontwerpen van hun onderwijs.

Hoe maak je het ontwikkelen van de nieuwe school tot het dagelijks werk van de leraren?

Het idee is dat leraren het als onderdeel van hun werk gaan zien om te vernieuwen. Het moet meer zijn dan een project waar leraren aan het eind van de dag een uurtje tijd voor krijgen om aan te werken. Dit betekent dan ook dat voor deze taak tijd wordt ingeruimd tijdens studiedagen en andere weken of dagen waarop er niet alleen lesgegeven wordt. In de cursus wordt gesproken van een (andere) mindset. Het werk van de leraar bestaat niet hoofdzakelijk uit lesgeven maar is nadrukkelijk een combinatie van ontwerpen, uitvoeren, evalueren en weer (her)ontwerpen.

Hoe ga je om met weerstand?

Kernwoorden zijn: begrip, informeren, meenemen, zichtbaar maken, vragen stellen, ondersteunen en geruststellen.

Methodieken voor onderwijsinnovatie

Het ontwikkelen en implementeren van blended learning is een onzeker proces. Er zijn geen kant en klare oplossingen voor de problemen waar je tegen aan loopt. Er ligt geen kookboek klaar en veel (educatieve) software is net niet helemaal geschikt. Er moet geëxperimenteerd worden en getest (liefst snel zodat de aanpassingen ook meteen kunnen worden gedaan).

Drie voorbeelden van methodieken voor innovatie. Ik ga deze drie voorbeelden hier niet verder uitwerken maar volsta met een link. De eerste: “design thinking” is een werkwijze die ik zelf gebruik in de designteams van de iXperium-ontwikkelkring.

Wat hebben deze benaderingen met elkaar gemeen?

It is all about the process of learning by doing

Samengevat gaat het telkens om de volgende zes stappen die van belang zijn bij het innovatieproces:

  1. Zet de doelstelling(en) duidelijk neer. Hierbij gaat het natuurlijk niet om de techniek. Dus geen doelstellingen zoals “alle leerlingen gebruiken de iPad”. Het gaat om de leerervaringen en de manier waarop ict daar een bijdrage aan kan leveren.
  2. Bedenk van te voren hoe de resultaten gemeten worden. Denk na over welke data bruikbaar zijn voor het vaststellen of de doelstellingen zijn bereikt. Dit kunnen leerlingresultaten maar ook andere facetten zoals  leerlingbetrokkenheid, contactmomenten tussen leerling en leraar etc. Het gaat om factoren die inzicht geven in de mate waarin het model dat gehanteerd wordt succesvol is gebleken.
  3. Verbind de plannen met actie. Het mag geen theoretische oefening zijn. Ben niet te lang bezig met het uitwerken op papier maar ga over tot actie.
  4. Create mini-tests. Ga op kleine schaal testjes doen, maak prototypes die gemakkelijk weer aan te passen zijn, laagdrempelig zijn en niet te duur.
  5. Verzamel feedback. Niet alleen resultaten bekijken maar ga echt observeren, monitoren, kijken wat er gebeurt. Vergeet niet de studenten zelf om feedback te vragen. Wat werkt wel en wat werkt niet? Leg eventueel prototypes ook aan leerlingen voor.
  6. Blijf bovenstaande processen herhalen. Het stopt niet. De vernieuwingen zijn nooit klaar. Er zullen altijd nog dingen zijn die verbeterd kunnen worden. Dit betekent blijven ontwerpen, experimenteren, testen en (her)ontwerpen.

 

Software kiezen

Het kiezen van de meest geschikte software

De online cursus van de Khan Academy geeft de volgende informatie over het kiezen van geschikte software voor het realiseren van blended learning.

Het kiezen van software en hardware is de laatste stap in het proces van onderwijsontwikkeling. Eerst denk je na over wat je wilt dat leerlingen leren en hoe ze deze doelstellingen kunnen bereiken.

Vier soorten software kunnen worden onderscheiden:

  1. Whole course software. Dit is software dat een volledige cursus of vakgebied vervangt. Het is gemakkelijk voor de leraar die hoeft zelf het onderwijs niet te ontwerpen máár biedt weinig mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren.
  2. Supplemental software. Dit is software dat ondersteunend is bij een cursus of vakgebied. De leraar kan de software gericht inzetten voor een hele klas, individuele of groepjes leerlingen.
  3. Teacher tools. Dit is software dat het werk van de leraren gemakkelijker maakt. Te denken valt aan administratie, leerlingvolgsystemen maar ook communicatieplatforms zoals Edmodo, elektronische leeromgevingen (elo) en learning management systemen (lms). Andere voorbeelden van teacher tools zijn socrative en classdojo. Vakoverstijgende applicaties die leraren kunnen inzetten om bijvoorbeeld een wedstrijdelement in te bouwen in een les, leerlingen feedback te geven op gedrag etc. etc. Er zijn heel veel verschillende ‘teacher tools’ in omloop.
  4. Learning apps. Er zijn ook veel verschillende applicaties waarmee losse vaardigheden geleerd kunnen worden of geoefend kunnen worden. Deze ‘learning apps’ worden vaak ook thuis gebruikt of zelfs door ouders als toevoeging op datgene wat er in de klas gebeurt.

Het kiezen van software

Verschillende omstandigheden vragen om verschillend software. Er is niet zoiets van “one-size-fits-all”. Het is niet gemakkelijk om de goede software te kiezen. Op de eerste plaats is er weinig onderzoek gedaan naar welke software de beste resultaten weet te boeken. We kunnen niet bepaald putten uit een groot databank met voor- en nadelen van verschillende soorten software. Daarnaast zijn de kosten vaak hoog.

Het is heel belangrijk om van te voren toch goed na te gaan wat je kunt verwachten van de software. Ga dus praten op die scholen die al gebruik maken van de software. Wat zijn de ervaringen van de leerlingen, de leraren en de ouders? Welke resultaten hebben zij ermee geboekt? Daarnaast zijn over het algemeen verschillende reviews te vinden op het internet of in tijdschriften die geschreven zijn door experts en/of gebruikers van specifieke software.

Kijk ook altijd eerst wat je eigenlijk al in huis hebt!

Het is goed om na te gaan wat je als school al in huis hebt. Wordt het op de goede manier gebruikt? Waar is het voor bedoeld en werkt het ook?

Maak een evaluatieplan!

Als je nieuwe software gaat aanschaffen en verschillende software met elkaar gaat vergelijken bedenk dan van tevoren waar je je evaluatie of beoordeling op gaat baseren. Wat zijn je prioriteiten?

Een aantal criteria:

  1. De software moet adaptief zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld leerstof op verschillende tempo’s doorlopen kunnen worden. Op basis van de prestaties van leerlingen gaan de leerlingen sneller of langzamer door de leerstof.
  2. De software moet afgestemd zijn op de kerndoelen, standaarden en/of het curricilum.
  3. De software moet op onderdelen aangepast kunnen worden door de leraar zelf(assignable). Een leraar moet in de software kunnen om te bepalen welke leerlingen bepaalde onderdelen wel of niet hoeven te doen. De leraar moet het programma dus kunnen aanpassen.
  4. De software moet aansluiten bij de wijze waarop de leerstof ook in de klas (off-line) wordt aangeboden. Bij blended learning zijn de online en offline leeractiviteiten geïntegreerd.
  5. De data uit de software moet integreren met de andere systemen waar de school gebruik van maakt. Het is zeer inefficiënt als een leraar verschillende keren moet inloggen om de vorderingen van leerlingen te kunnen zien.
  6. De software moet er op gericht zijn de leerlingen betrokken te houden bij de leerstof.
  7. De software moet efficiënt zijn in gebruik voor de leerlingen.
  8. Het is handig als de leerlingen er ook thuis mee kunnen werken (cloudbased)

 

 

Alles anders voor blended learning?

Henri Ford

Deze blog borduurt verder op de andere blogs van mij naar aanleiding van de online cursus van de Khan Academy over blended learning. 

Wat betekent het als je met je met je hele onderwijsorganisatie naar blended learning wil gaan? Wat betekent het als je meer gepersonaliseerd onderwijs wil geven?

Gaan we het na al die jaren eens anders doen?
Assumpties to questionBij de online cursus van blended learning vertellen mijn twee leraren heel overtuigend over het loslaten van een zestal oude veronderstellingen die we hebben over hoe onderwijs er uit moet zien. Waarom doen we de dingen zoals we ze doen? Vinden we nog steeds dat we het zo goed doen of kan het ook anders? Zeker een uitdaging om over dit soort vragen met een onderwijsteam te praten. Zeker als ze van plan zijn om het op een andere boeg te gooien.

Een aantal voorbeelden van vragen die bij ons huidig onderwijs te stellen zijn:

  1. Schooljaar: Met welke jaarindeling bereiken de leerlingen de beste resultaten? Is het beter om korte vakanties in te plannen in plaats van een lange zomervakantie? Moet een jaarindeling voor alle leerlingen er hetzelfde uitzien?
  2. Schooldag: Met welke dagindeling bereiken de leerlingen de beste resultaten? Begint de ideale dag voor de leerlingen om 9 uur en eindigt die om drie uur? Sluit de dagindeling aan bij het thuisritme van leerlingen en ouders? Moet de dagindeling er voor iedere leerling hetzelfde uitzien? Op welk tijdstip van de dag leren leerlingen het beste?
  3. Dagprogramma: Hoe ziet een effectieve dagindeling voor de leerlingen eruit? Moeten alle leerlingen dezelfde hoeveelheid tijd besteden aan elk vak? Kunnen leerlingen met eigen schema’s werken?
  4. Klasgrootte: Wat is de ideale klasgrootte? Is er wel een ideale klasgrootte of kan dat wisselend zijn?
  5. Groepsindeling: Hoe wordt bepaald welke leerling aan welke content toe is? Hoe belangrijk is leeftijd of niveau bij de indeling van groepen? Kunnen groepen ook wisselend van samenstelling zijn? Welke soort indeling past bij welke leeractiviteiten?
  6. Personeel: Wat voor type leraren heb je nodig? Hoeveel heb je er nodig? Hoe moeten zij hun tijd gebruiken? Hoe zorg je ervoor dat de juiste leraar er op het juiste moment voor de leerling is?

 

 

Technieken voor blended learning

voorbeeld schoolHet laatste onderdeel van de online cursus blended learning van Khan Academy beschrijft behoorlijk gedetailleerd hoe de leraar ‘blended learning’ in de klas moet organiseren.  Daarbij gaat het allemaal om wat we in Nederland noemen: “klassenmanagement”

Per model zijn verschillende focuspunten te beschrijven.

Het Flex model

  • werkt met Personalized Learning Time (PLT). Leerlingen werken bijvoorbeeld iedere dag een uur lang volledig zelfstandig aan verschillende vakken naar eigen keuze. Als de leerling klaar is, schrijft de leerling haar of zijn naam op het bord. De leraar zorgt ervoor dat de leerling de toets kan maken.
  • werkt met Project Time. Leerlingen werken samen met andere leerlingen aan een project en ontwikkelt ‘deeper learning skills’.
  • werkt met Team Teaching. De leraren worden voor verschillende activiteiten ingezet en leren van elkaar. (generalist versus specialist)
  • werkt met Mentoring Fridays. Op vrijdag voert de leraar 10-minuten gesprekjes met de leerlingen. Er wordt gereflecteerd en er worden doelen bepaald.

Het Rotation Model

  • werkt met small group instruction.
  • besteed veel aandacht aan persoonlijkheidsontwikkeling en bijbrengen van waarden (instilling character and values).
  • utilizing the best of traditional teaching. Er wordt veel gebruik gemaakt van het directe instructiemodel.

Lab Rotation Model

  • werkt met Daily assesment for dynamic grouping. Dagelijks wordt instructie gegeven, getoetst en vervolgens worden leerlingen opnieuw gegroepeerd.
  • werkt met Codified curriculum. Er wordt gewerkt met strakke leerlijnen die in duidelijke stapjes zijn opgebouwd.
  • Specialization. De leerlingen ook in het primair onderwijs hebben verschillende leraren voor verschillende vakken
  • Whole brain teaching

Er worden 10 tips/technieken gegeven. Veel van deze technieken zijn voor mij erg bekend van de tijd dat ik leraar was in het Montessori-onderwijs. In ieder geval zijn de meeste tips niet specifiek voor blended learning.

  1. Getting attention (zorg voor een duidelijk signaal voor het verkrijgen van de aandacht)

  2. Launching the class (zorg voor afspraken/procedure voor hoe je de klas binnen komt)

  3. Exit procedure (idem voor de klas verlaten)

  4. Managing Transitions (goed organiseren van de overgangen van leeractiviteiten)

  5. Asking for help (afspraken over hoe hulp vragen)

  6. Putting systems (overal systemen/procedures voor hebben) 🙂

  7. Gauging student learning (informeer bij de leerlingen naar hoe het gaat met het leren)

  8. Using data to drive growth (gebruik data zoals toetsgegevens om te zien wat een leerling heeft geleerd, neem regelmatig een beetje afstand en kijk de klas rond en kijk naar iedere leerling afzonderlijk

  9. Rewarding student performance (geef voor veel verschillende dingen beloningen)

  10. Setting expectations (ben duidelijk in je verwachtingen)

 

De rol van de leraar bij blended learning

De online cursus blended learning van Khan Academy besteedt ook uitgebreid aandacht aan de verschuiving van rollen van leraren bij blended learning.loesje loslaten

Vijf belangrijke verschuivingen

Van leraar naar facilitator.
Het accent ligt niet meer op het lesgeven. De leraar faciliteert het leren van de leerlingen.

Van vaste groepen leerlingen naar steeds wisselende groepen leerlingen. De leraar maakt iedere week of soms zelfs iedere dag nieuwe groepen op basis van de data uit de ICT-systemen. Dit kan best lastig zijn omdat er veel data kan zijn. Van belang is alleen die data te gebruiken die het beste overzicht en inzicht geeft in wat iedere leerling nodig heeft.

Van uitlegger naar bemiddelaar.
De leraar is steeds minder bezig met het uitleggen van leerstof. De educatieve software zorgt hier vaak al voor. De leraar kan nu gericht op de juiste momenten interventies doen die goed zijn voor het leerproces van de leerling.

Van focus op inhoud naar focus op vaardigheden en mindsets.
Er zal meer ruimte ontstaan voor focus op (cognitieve) vaardigheden en mindsets die behulpzaam zijn niet alleen voor het leren van de leerstof op dat moment maar ook om te leren leren. Hierdoor ontwikkelen leerlingen vaardigheden voor de toekomst.

Van generalist naar specialist.
Er wordt niet meer uitgegaan van één leraar die het hele programma voor de leerlingen verzorgt. Leerlingen worden begeleid door verschillende leraren. De leraar hoeft in dit model geen duizendpoot te zijn. Leraren kunnen worden ingezet in hun eigen kracht.

Welke gedachtes moeten de leraren laten gaan voor blended learning?

  • Niet het hele onderwijs in een studiewijzer willen vastleggen maar in plaats daarvan doelen omschrijven. Een minimaal basisplan voor leerlingen volstaat.  Dat het opdelen van de leerinhoud door de leraar vertragend kan werken voor het leerproces van sommige leerlingen illustreert onderstaand citaat uit de cursus:

Teacher pacing can be thought of as the emergency vehicles that trail the last runners in a marathon – they don’t prevent anyone from going faster, but they do set the slowest pace at which a runner can progress

  • John Glover, CEO, Alpha Public Schools
  • Niet elk onderdeel van de leerinhoud hoeft getest te worden door de leraar. Gebruik de technologie daarvoor. De software neemt de leerling door de stof mee en zorgt voor aangepaste oefeningen en herhalingen.
  • De leraar hoeft niet altijd het woord te hebben. De aandacht hoeft niet steeds bij de leraar te zijn.
  • Het is niet nodig om steeds de hele groep bij elkaar te brengen. Het is relaxter, efficiënter en productiever om te werken met kleine groepen die samen dezelfde vooruitgang boeken.

Wat moet je als leraar blijven doen bij blended learning?

  • Focussen op de leercultuur
  • Focussen op relaties

 

 

 

 

Uitgangspunten voor blended learning

In vervolg op de lessen over definitie en modellen voor blended learning heb de informatie van de online cursus van Khan Academy over

creating the ideal student experience in a blended learning classroom

tot me genomen. Wat vooral bij dit onderdeel van de cursus interessant is, zijn de filmpjes waarin docenten en leerlingen vertellen over hun ervaringen met blended learning en je leerlingen aan het werk ziet. Het zijn scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs die ze laten zien.

Bij het ontwerpen van een ideale leeromgeving moeten de leerlingen centraal staan. Je start met het bedenken wat je wilt dat de leerlingen leren.

Denk aan de ervaringen die je de leerlingen wilt laten meemaken

Vier sleutelelementen zijn van belang:

Student ownership: De leraar moet niet het werk doen maar de leerling. De leerling moet leren zijn eigen leren te managen. Dat legt de basis voor levenslang leren en succes.

Eigenaarschap is de sleutel naar studentbetrokkenheid

Personalized learning : Elke student krijgt op het goede moment leerstof aangeboden wat hij op dat moment nodig heeft. De leraren van Khan Academy zijn van mening dat dit alleen kan als ICT wordt ingezet om gepersonaliseerd leren mogelijk te maken.

Mastery based education: Leerlingen krijgen voordat ze aan een cursus of vak beginnen de mogelijkheid om met behulp van een toets te laten zien wat ze al weten. Als ze een onderdeel al beheersen hoeven ze dat niet meer te doen en kunnen ze verdergaan met leren. Ze hebben altijd een basis nodig

Deep relationships: De leraren zijn nog steeds het centrum in het leerproces voor hun leerlingen. De relatie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling is de kern van de leeromgeving. De leerlingen hebben veel interacties met elkaar. Er is vooral veel meer face-to-face interactie mogelijk ten opzichte van de niet blended leermodellen.

De docenten die aan het woord komen in de filmpjes formuleren de volgende uitgangspunten voor blended learning:

  • Je moet hoge verwachtingen hebben van je leerlingen

  • Je moet aandacht hebben voor de academische ontwikkeling én de persoonlijkheidsontwikkeling

  • Je moet de leerlingen op eigen tempo laten leren en je ondersteuning aanpassen aan de behoefte van de leerlingen

  • Je moet projecten organiseren om leerlingen in real-life ervaringen op te laten doen en het geleerde te laten toepassen

  • Je moet zorgen voor individuele uitdagingen

  • Je moet ervoor zorgen dat leerlingen waardevolle cognitieve vaardigheden ontwikkelen

  • Je moet je afwisselend richten op vaardigheden en content

  • Je moet zorgen voor een breed aanbod aan onderwijsleeractiviteiten

  • Begeleid het leren door middel van scaffolding (met tussenstapjes naar steeds meer zelfgestuurd leren)